Belgium

Beste mensen van Interbrew/Inbev/Anheuser-Busch Inbev,
Stella,

foto van Dominique Biebau.

Ik merk dat u de naam van mijn land uitgekozen heeft om de blikjes van het merk ‘Jupiler’ te sieren. Proficiat. Hier is waarschijnlijk een denkproces aan voorafgegaan. Ik vind het alvast een hele eer. U had evengoed Nederland kunnen nemen. Of, God forbid, Luxemburg, iets wat niet helemaal onlogisch zou zijn, aangezien u daar een postbus heeft staan.

Samen met de andere +/- 10 miljoen Belgen werk ik me dagelijks de naad uit het lijf om ons land op de wereldkaart te zetten. Zo help ik mee om onze nationale clichés in stand te houden. Dat doe ik door op gezette tijden frieten te eten, te zagen over het weer en mijn belastingen steevast op het allerlaatste moment binnen te brengen, zoals het een goede Belg betaamt. Om nog maar over mijn grootvader te zwijgen die in mei ’40 aan het Albertkanaal lag om den Duits tegen te houden. U ziet, wij schrikken voor niets terug als het over onze nationale trots gaat.

Ik probeer mijn land ook proper te houden, want geef toe: mocht ‘Belgium’ een verloederd stuk stort zijn aan de Noordzee, dan zou uw ‘Belgium’-campagne ook niet echt de uitstraling hebben die u zocht. Al enkele jaren neem ik een plastic zakje mee als ik ga lopen en vul dat dan met de dingen die mensen zoal weggooien. Nu heet dat ‘ploggen’, ik noem het gewoon ‘lopen met een zakje’. En hier zou ik u, Stella, toch even wat willen meedelen. Ik kom de laatste tijd nogal veel ‘Belgium’ tegen in de goten, bermen en grasperkjes van de gemeente waar ik woon. Ik begrijp de bedoeling wel: zo weten mensen nu eenmaal in welk land ze zijn, maar proper kan je dat toch niet noemen.

Als aandeelhouder van het merk ‘Belgium’ zou ik u daarom een voorstel willen doen. Aangezien ons land u toch zo na aan het hart ligt, wil u ongetwijfeld meehelpen om datzelfde stukje Europa proper te houden.  ‘Hoe kan ik zo’n nobel doel ondersteunen?’ hoor ik u al denken. Dat is simpel: door mee statiegeld op blikjes en flesjes te ondersteunen. U kan natuurlijk ook altijd uw belastingen betalen -(ik weet nu waar u de naam ‘Jupiler 0,0% gehaald heeft – dat is ongeveer het percentage belastingen dat u betaalt) en dan heeft de overheid extra middelen om al die Belgiums uit Belgium te halen. Zie het als een dividend dat u alle Belgen verschuldigd bent voor het gebruiken van hun merknaam. Of u kan natuurlijk ook gewoon toegeven dat die hele Belgium-campagne nep is en dat het u enkel om de winst te doen is.

U ziet maar welk scenario u het best lijkt.

Met stevige groet,

Een bezorgde aandeelhouder

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Passie

Beste mensen van Pizzahut,

U kent me niet. En, nu ik erover nadenk, ik u ook niet. Toch belette die wederzijdse onbekendheid u niet om me aan te spreken op mijn passionele inborst. Vanochtend vond ik namelijk onderstaand bericht op mijn Facebook-tijdlijn.  pizzahut (2)

Blijkbaar bent u op zoek naar m/v’s ‘met een passie voor pizza’. Het frisse jongmens op het begeleidende beeldmateriaal moet die geestestoestand illustreren. Dat lijkt me duidelijk. Waarover die twee oudere dames dan weer zo enthousiast zijn, is me een raadsel. Mogelijkerwijs hebben ze net een Hot ’n Spicy te veel op.

Nu, ik kan u al onmiddellijk geruststellen. Ik eet inderdaad nu en dan al eens een stuk pizza. Meestal vind ik die zelfs lekker. Alleen… Een passie voor pizza’s heb ik dan weer niet. Laten we niet vergeten dat het hier uiteindelijk om een overprijsde platte schijf deeg met wat beleg gaat.  Daar passionele gevoelens voor ontwikkelen lijkt me op zijn minst een beetje aberrant – zeker als je die dingen dag in dag uit voor een hongerloon moet rond-‘driven’.

Ik zou u dan ook ten stelligste willen aanraden om het woord ‘passie’ nog eens op te zoeken. Dan zal u zien dat ‘passie’ betekent ‘een groot verlangen, of een grote liefde voor iets’. Een voorbeeldzin om u op weg te helpen: ‘Romeo koesterde een grote passie voor zijn Julia.’ Over Romeo’s relatie tot zijn Pizza Calzone doet Shakespeare er jammer het zwijgen toe, maar ik veronderstel dat die band toch wat minder intens was.

Daarom stel ik voor om uw boodschap enigszins te re-branden. Wat dacht u van ‘Gezocht. DRIVERS (moet dat echt, die lelijke kapitalen?) m/v met een matige tot vrij grote interesse voor pizza’?

Alvast bedankt om deze suggestie in overweging te nemen. Ga nu maar gerust verder met het gepassioneerd plooien van pizzadozen.

Met warme groet,

Een eindgebruiker

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Robots in de sneeuw

Kan een landschap kunst zijn? Vanochtend liep ik samen met mijn vaste loopkameraad door de witte velden van Bierbeek. Op sommige stukken lag de sneeuw nog ongebroken. Weinig geluiden zijn mooier dan het gekraak van verse sneeuw onder je zolen – of het zouden knisperende houtblokken in een open haard moeten zijn.

Sneeuw verdringt het menselijke element uit het landschap. Dat is een van de redenen waarom die witte landschappen zo mooi zijn. Weg zijn de voetpaden, kasseien, opritten, tuinmeubels en trampolines. In de plaats daarvan vaag bekende vormen, anders en toch dezelfde. Alsof de opdringerige hand van homo sapiens (sapiens) een tik gekregen heeft en zich even – ongaarne – uit de wereld terugtrekt, wachtend om terug te slaan met strooizout, winterbanden en sneeuwruimers.  Sneeuwlandschappen beantwoorden daarmee aan het verlangen iets anders te zien dan onszelf, iets dat ons overstijgt. Een mens kan niet anders dan het prachtig vinden.

En toch… Kan een landschap kunst zijn? Ik ben eerder geneigd om “nee” te antwoorden – en wel om dezelfde reden waarom robots ook geen kunst kunnen maken. Kunst, echte kunst, ontstaat altijd uit het belangrijkste besef dat wij als mens met ons meedragen: het inzicht dat we sterfelijk en daarom even onaf als eindig zijn.

Kunstenaars zijn per definitie kapotte mensen – als dat al geen pleonasme is. Wie een kunstwerk bekijkt, erkent die band tussen hemzelf en de kunstenaar – die van het stervende dier dat zin zoekt.  Robots en klimaatverschijnselen zullen nooit het verval kennen waaraan onze lijven ooit ten onder zullen gaan, zij zullen nooit vervagen zoals wij dat zullen doen. Ze kunnen dan wel mooie technisch perfecte plaatjes produceren; hun perfectie, hun oneindigheid, zit ware kunst in de weg. Gelukkig maar.

(Daarom dat ik met een haast duivels genoegen door een sneeuwlandschap ploeter.  Zo maak ik er kunst van.)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Erover

Beste mensen van Ecover,

U kent me niet. En, nu ik erover nadenk, ik u ook niet. Het woord ‘erover’ verschilt trouwens maar een letter van ‘Ecover’, heeft u dat ook al opgemerkt? Laat dat ons echter niet afleiden van het doel van deze brief. Ik heb klachten.

Ik ben een van die mensen die uw producten koopt. Tot nu toe was ik daar heel tevreden over. Uw schoonmaakproducten maken schoon, uw afwasmiddelen toveren een glans op ons bestek en uw wc-producten… Nou ja, u weet wel wat uw wc-producten doen.

Ondanks deze bevredigende resultaten dreigt er een barst te komen in onze klant-producentrelatie. Meer nog, de laatste tijd werpt uw bedrijf een langwerpige schaduw op de vreedzame prairie die mijn leven ooit was. U hebt namelijk uw gamma gediversifieerd.

God weet wie u dat aangepraat heeft. Persoonlijk verdenk ik de afdeling Marketing. Hoe gaat zoiets immers? Op een goede morgen verlaat Steve van Productontwikkeling zijn woonst en – vlak voor hij het portier van zijn Tesla dichtgooit – ruikt hij iets nieuws. De geur van fresia’s, gladiolen of hoe die dingen ook heten waarmee zijn vrouw elk jaar zijn pollenallergie verergert. Steve registreert de geur en er ontstaat een nieuw idee. De wasverzachter met Fresia-aroma is een feit. Enkele dagen later vervoegt het afwasmiddel met Granaatappel en Vijg het assortiment. Nog enkele dagen later verschijnt de allesreiniger met Magnolia & Bamboe-toetsen ten tonele.  Dat is rampzalig.

Laat ik u even een cultureel-antropologisch inzicht verschaffen. De post-moderne mens gaat gebukt onder de vele keuzes die hij moet maken. De kleur van het behangpapier, de juiste school voor dochter- en zoonlief, de keuze voor jeugdbeweging of dan toch dwarsfluit… Gek wordt de post-moderne mens ervan. Zo erg zelfs dat hij met alle plezier bepaalde keuzes aan die idioten van de televisie overdraagt. Denk maar aan Blind Getrouwd of – horresco referens – Help, mijn man is een klusser. 

Tot voor kort vormden bioproducten hierop de uitzondering, met Ecover als lichtend baken in een supermarkt die snel diverser wordt. Terwijl mijn medeshoppers zich het hoofd braken over welke kleur, smaak of dosering hun voorkeur verdiende, wandelde ik – vrijgesteld van alle keuzes – fluitend doorheen de rayons. Er was namelijk geen keuze. (Dat was, onder ons gezegd en gezwegen, zelfs de voornaamste reden om voor ecoproducten te kiezen.) De recente ontwikkelingen in uw gamma zetten deze gemoedsrust op de helling, begrijpt u? 

Mag ik u daarom vragen om zo snel mogelijk uw gamma weer in te krimpen en terug te keren naar het er-is-maar-een-soort-en-als-het-u-niet-aanstaat-bolt-het-af-beleid dat uw bedrijf vroeger hanteerde?

Met warme groet,

Een eindgebruiker

P.S.: Dat u in landen als Noord-Korea uw gamma uitbreidt, dat kan ik nog begrijpen. Daar hebben mensen nu eenmaal minder keuzestress.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Peer

‘Naar het schijnt waren er vorig jaar maar vijf plaatsen over.’

‘Vijf?’

‘Ja, vijf.’ De vrouw die ik alleen ken als ‘de mama van Xanax*’ steekt een handvol vingers op.

De man die ik alleen ken als ‘de papa van Firenze’ draait met zijn ogen.

‘Da’s nipt.’

Ik sta op enkele meters van hen, dichtbij genoeg om hun conversatie te volgen, te ver om actief betrokken te worden. Net goed. We staan op het binnenpleintje van de dansschool waar onze dochters zich voorbereiden op een leven vol lage rugpijn.

‘In Leuven is het niet veel beter.’

‘Vorig jaar had 90 procent toch zijn eerste keuze, heb ik horen vertellen,’ zegt de man.

’Dat betekent nog altijd dat 10 procent dat niet had hé,’ antwoordt de vrouw. Beiden zwijgen even, als om de gruwelijkheid van deze statistiek tot zich te laten doordringen.

‘Als hij maar niet op het Atheneum terechtkomt.’

‘Of het Instituut. Daar haalt maar 66 procent van de zesdejaars de eindtermen.’

‘Het College zit nog niet in het systeem. Daar is het simpel. Eerst komt, eerst maalt.’

‘Alleen…’

‘Ik weet het. Maar vijf plaatsen over. En dit jaar zijn ze met meer. Naar het schijnt.’

‘De ouders van Looza gaan kamperen, hebben ze gezegd. Allez, het is te zeggen… De grootouders doen de eerste shift. Om zeven uur neemt de mama over. Daarna komt de nanny.’ De vrouw draait zich naar mij, lijkt me voor het eerst op te merken.

‘Een mens wil alleen maar het beste voor zijn kind hé,’ zegt ze bijna verontschuldigend. Ik knik.

De man zucht. ‘Dan gaan we ook maar kamperen, zeker?’

‘Ja,’ zegt de vrouw. ‘Het is waarschijnlijk niet nodig, maar ge weet nooit.’

‘Nee, ge weet nooit.’ Allebei kijken ze mijn richting uit – alsof ze een afsluitende opmerking verwachten. Ik zit met mijn gedachten echter allang elders.

Waar ga ik nu in godsnaam nog een tent vinden?

De dingen die een mens doet om een goede school voor zijn kinderen te vinden, zo een waar ze  leren niet toe te geven aan groepsdruk.

*Alle namen zijn verzonnen. Niemand noemt zijn kinderen trouwens Xanax, Firenze of Looza. Hoop ik.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

My silicon love

Aan Carla van Padlet,

U kent mij niet. En nu ik erover nadenk, ik u ook niet. Toch heeft u mij een mail gestuurd. ‘5 new ways to get the most out of our app’ had u die terecht genoemd. Ik schrijf ‘terecht’, omdat in die mail inderdaad 5 nieuwe manieren opgelijst stonden om Padlet te gebruiken. Hoe buitengewoon attent van u. Ik ben u dan ook zeer erkentelijk voor de informatie die u speciaal voor mij bijeengezocht hebt.

Carla is ook een bijzonder mooie naam. Ik probeer me u voor te stellen, zwoegend boven een keyboard ergens in Silicon Valley. Nu en dan veegt u een hardnekkige haarlok weg. U bent mooi maar ook moe. Voor u staat een koud geworden latte macchiato. Carla. Het rolt ook zo lekker, die ‘r’ vlak voor die ‘l’. Valt het leven wat mee in zo’n start-up? Wordt u voldoende betaald – als u al überhaupt betaald wordt, natuurlijk? Loopt u niet te vaak tegen van die trendy glazen muren die al even trendy architecten pal in het midden van uw kantoor hebben neergepoot? Veel tijd voor een privéleven zal u waarschijnlijk ook niet hebben, zo gaat dat in de informaticasector.

Vroeger was ik ook zo, moet u weten. Altijd druk in de weer. Bevlogen. Wou de perfecte leerkracht zijn. Ik lamineerde alles wat ik tegenkwam, tot mijn eigen kinderen toe. Ik wou namelijk ook ‘the most out of’ alles halen.  Nu ben ik ouder geworden. Ik hou mezelf voor dat ik ook wijzer geworden ben, zo heb ik tenminste nog iets om mezelf te troosten, nu ik geconfronteerd word met een stijgend BMI, rimpels die blijven staan nadat ik gelachen heb en een onweerstaanbare neiging om onder dekentjes te kruipen. Er zijn veel dingen die ik niet meer zo nodig moet.  Laat u me dus maar op mijn gemakje aanmodderen. Met uw app. Met het leven. Dat ik niet alles eruit zal halen wat eruit te halen valt, daar heb ik vrede mee. Ooit zal ook u daar vrede mee nemen. Op dat ogenblik zal u vast begrijpen waarom ik uw mailtje – horresco referens – uiteindelijk toch gedeletet heb.

Met stevige groet,

Een eindgebruiker

P.S. Mocht u ooit Deborah van Paypal tegenkomen, doet u haar dan vooral niet de groeten. Dat is een trut.

 

 

 

 

Linda van

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Ertussenin

Het is weer zover. Zo moet het voelen om tussen twee lianen in te zweven, met zoekende handen, tussen vallen en vliegen in.

Ik zit weer tussen twee verhalen.

Mijn vorige manuscript ligt bij de uitgever, wachtend op een ongetwijfeld rechtvaardig oordeel (mochten ze dit lezen: jullie zijn super!), mijn volgende verhaal zit nog nergens. Het voelt vreemd. Geen lange avonden over een klavier gebogen, ’s nachts wakker worden boven onafgewerkte bladzijden (met vage inktletters op mijn wangen gedrukt), geen volledig universum meer in mijn hoofd…

Alles is even leeg, nu. Ik blijk plots hopen tijd te hebben. Ik ontdek dat ik huisgenoten heb, levende wezens met wie ik deze kamers deel. Soms, op onbewaakte ogenblikken, overweeg ik zelfs een hobby of huisdier, of combinaties van beide. Ik begrijp voor het eerst mensen die wekelijks hun gras maaien of aan yoga doen. Zo zou ik oud kunnen worden. Ongemerkt, tussen de plooien van een fleece dekentje in.

En toch. Ik weet dat dit maar tijdelijk is, even vluchtig als het moment waarop de gondeltjes van een achtbaan hun top bereikt hebben, lijken stil te staan, balancerend op niets behalve zichzelf… Dit zijn de seconden voor ze zich met oorverdovend geraas de dieperik in storten, het inhouden voor de volgende sprong.

Ook ik voel de diepte roepen. Straks stort ik me weer halsoverkop in die duisternis. Nu nog even niet. Straks. Ik doe het. Omdat het niet anders kan. Omdat ik niet anders kan. Anders zou stilstand zijn, het leven als een grote comfortzone. En dat is de echte diepte, de ware duisternis.

 

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized