Reizen

Ik begrijp niet waarom mensen zo nodig zo ver moeten reizen. Voilà, het is eruit. Ik heb nooit begrepen waarom mensen al die moeite doen om zichzelf te blijven, maar dan duizenden kilometers verderop. De kans is groot dat u nu al meewarig het hoofd schudt om mijn Vlaamse onder-de-kerktoren-mentaliteit en me wegzet in het hoekje van ‘saaie huismussen’ of ‘jaloerse nijdigaards’. Nochtans ben ik oprecht geïnteresseerd in de wereld en zijn bewoners. (Voor mij trouwens een extra reden om de planeet niet nog eens met duizenden extra air miles te belasten.)

Toegegeven, ook ik bezondig me wel eens aan een citytrip of een week Frankrijk. Alleen… ik vind reizen niet de beste manier om onze planeet te leren kennen, om ervaringen op te doen. En al zeker niet de leerrijkste. Ik steiger dan ook als mensen reizen presenteren als een soort morele plicht, een must voor wie echt begaan is met de wereld.

‘Hoe kan een mens de wereld kennen zonder die ooit gezien te hebben?’ hoor ik u verzuchten. ‘Zonder ooit de tempels van Angkor Vat, de Vaticaanse Musea, de Grand Canyon, New York te hebben gezien?’ Daar zegt u nogal wat. En toch… Ik hoef niet op Venus rond te wandelen om te weten dat het daar f***ing heet is.

Misschien is dat wel een van de grootste misvattingen van deze tijd. Dat je ergens fysiek geweest moet zijn om een plek te ‘vatten’, om te begrijpen hoe de mensen die daar leven zich voelen. Alsof cultuur via osmose je lijf binnendringt en je brein verlicht. Op die misvatting is een volledige reisindustrie gebouwd. Begrip heeft nochtans weinig te maken met geografische locatie, maar meer met empathie, met het vermogen zich in te leven in de situatie van een ander, met fantasie. Wie zonder enige vorm van fantasie en ontvankelijkheid de wereld rondreist, zal in die wereld niets anders zien dan de reflectie van zichzelf. Dan wordt Turkije een groot zwembad, Rome een langgerekt terras en Auschwitz de ideale achtergrond voor een selfie.

(Mocht reizen een mens echt humaner maken, dan was Donald Trump nu al verlichter dan de Dalai Lama.)

Reizen leidt dus zeker niet automatisch tot een bredere kijk op de wereld. De mooiste tochten worden misschien wel per boek gemaakt. Daar dienen verhalen namelijk voor: een inkijk geven in andermans realiteit. Dat is misschien wel de reden waarom zoveel mensen lezen op vakantie: om echt op reis te zijn.

 

 

 

 

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Gêne

Enkele letters schuilend onder een dakje. Een vierletterwoord dan nog wel. Gêne. Met die zachte ‘g’ en dat volksvreemde ‘kapje’ klinkt het bijna sensueel. Het woord kwam plotseling in me op. Ik heb dat wel vaker dat woorden zich aan me opdringen en dan weigeren te vertrekken. Dit woord was echter niet vanzelf gekomen. Ik had er hard naar gezocht terwijl ik de krant las.

Het zat in mijn achterhoofd, kraakte de leegstaande panden van mijn brein, maar weigerde tevoorschijn te komen. Ik had het nochtans nodig – toen ik las over vergoedingen bij intercommunales; over mensen die hulpdiensten bekogelen met eieren, over mensen die een verkrachting verzinnen en dat op ‘mannen van vreemde origine’ steken, over het gegraai bij SamuSocial, over de zoveelste halve waarheid van de Grote Sheriff in zijn al even Grote Witte Fermette, over ultrarijken die pronken met hun villa’s en liposucties. En plots was het daar. ‘Hebben die mensen dan absoluut geen gêne?’ hoorde ik mezelf denken. Ik schrok. Dat doe ik altijd als ik me op een uitspraak betrap die van mijn vader of moeder had kunnen komen.

Ik heb ‘gêne’ altijd ouderwets gevonden. Dat komt waarschijnlijk omdat de streek waar ik vandaan kom (het zuiden van West-Vlaanderen) gespecialiseerd is in alle soorten schuldgevoel en dan vooral het religieuze soort. Ik stam af van mensen die zich vaak schuldig voelen zonder dat daar enige aanwijsbare reden voor is. Het uitsterven van de dodo, Pearl Harbor, de implosie van de Chinese Qing-dynastie, het kapsel van Luke Skywalker… niets is te gek of we stellen er ons wel op de een of andere verantwoordelijk voor. Later heb ik de onzin en het onderliggende narcisme van zo’n schulddenken ingezien en zette ik al mijn schuldgevoelens bij het vuil. Zonder gêne. Tot nu.

Een beetje gêne kan misschien geen kwaad, bedenk ik als ik weer over een nieuw schandaal lees. Daarin verschilt het van schuldgevoel. Gêne lijkt me subtieler, zachter, het ontstaat als je jezelf betrapt op het overtreden van je eigen regels, een soort moreel ineenkrimpen. Als mijn dochter me ontdekt aan de koelkast terwijl ik van de fles cola aan het drinken ben – dat gevoel. Soms is de gêne zo sterk dat je je gedrag verandert, soms ook niet; het is immers geen dwingend gevoel. Gêne is een beetje als een verklikkerlichtje op het dashboard. Je kan het ongestraft negeren zonder onmiddellijk in de problemen te komen. Doe je dat echter te vaak, dan staat je geweten voor je het weet in de garage voor een groot onderhoud.

Gisteren liep ik op straat voorbij een oude man die in de vuilnisbakken naar flessen met statiegeld zocht. Onze blikken kruisten elkaar. En toen ontstond het: gêne. Bij de man, omdat hij zich schaamde voor de toestand waarin hij zich bevond, maar ook bij mij, omdat de man zich plots het voorwerp moest weten van mijn medelijden, omdat ikzelf  deel uitmaak van een maatschappij waarin oude mannen blijkbaar flessen met statiegeld uit vuilnisbakken moeten vissen om rond te komen. In dat gedeelde gevoel kwamen onze leefwerelden even, al was het maar een tel, samen.

Als ik de graaiers en agressievelingen in onze maatschappij dus iets kan toewensen is het een portie gêne. Geen schaamte, want die komt meestal te laat. Uiteindelijk is gêne een uiting van het verlangen beter te zijn dan onszelf. En dat mag al eens.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Bang voor inhoud

n.a.v. het opiniestuk ‘De bevlogen leraar bestaat niet meer’ door Jirka Claessens (DS 7 juni 2017).

Laat u niets wijsmaken als het over taalonderwijs gaat. Pedagogen mogen dan al zwaaien met kleurrijke tabellen, grafiekjes en – God forbid – mindmaps, ze mogen de ene leermethode al efficiënter verklaren dan de andere, maar uiteindelijk draait het allemaal om iets heel erg subjectiefs: ideologie en het daarmee samenhangende mensbeeld.

Een vraag staat daarbij centraal. Hoe zien wij onze leerlingen functioneren in onze maatschappij? Wat moeten ze kunnen? Moeten ze in staat zijn vlot een pint te bestellen in het Frans, Engels of Duits? De weg vragen naar een Bahnhof, een Musée of tube station? Een sollicitatiebrief schrijven, een aanrijdingsformulier invullen? Of zien we hen liever wegdromen bij de verzen van Mallarmé, Blake of Celan? Zien we in hen misschien de toekomstige schrijvers en dichters die hun generatie ooit een eigen stem zullen geven?

Onze beleidsmakers lijken alvast richting Bahnhof en pint te neigen. Vaardigheden nemen zowel voor Nederlands als alle andere moderne vreemde talen veruit de meeste ruimte in op het leerplan. Literatuur en taalbeschouwing (woordenschat en grammatica) krijgen veel minder aandacht en, als ze dat doen, doen ze dat zelden op eigen kracht. Nergens in het leerplan Engels derde graad wordt de naam Shakespeare vermeld. In het leerplan Nederlands voor diezelfde derde graad zal u vruchteloos zoeken naar de namen Claus, Mulisch, Bordewijk en Elsschot. Meer nog: u zal er geen enkele auteur terugvinden.

Wat u er wel vindt: het nieuws dat elke les een oriëntatiefase moet bevatten (waarom lezen we deze tekst?), een voorbereiding (wat weet je al over deze tekst?), een uitvoeringsfase (lezen die handel!) en een reflectie (wat heb je nu eigenlijk gelezen?) of dat leerlingen bereid moeten zijn naar de leerkracht te luisteren, te schrijven of te reflecteren over van alles en nog wat .

Bovendien wordt voor een vak als Engels min of meer expliciet gemeld dat er in de derde graad geen nieuwe grammaticaonderdelen meer moeten worden aangesneden. Na de derde graad is een B1-niveau (volgens het Europees Referentiekader) namelijk voldoende, een niveau dat de meeste leerlingen al na de tweede graad halen. In Nederland liggen de streefniveaus trouwens een stuk hoger: daar worden leerlingen verwacht niveaus B2 en C1 te halen. Weg uitdaging.

Deze aanpak levert een flauw talenonderwijs op. Vaardigheden zijn in alle talen namelijk dezelfde. Leerlingen schrijven nu sollicitatiebrieven, geven Powerpoint-presentaties, boeken virtuele vakanties… in het Nederlands, Frans en Engels. Drie keer exact hetzelfde maar dan met andere woorden. Geen wonder dat mijn zesdejaars met hun ogen rollen bij de zoveelste discussieopdracht. En dat terwijl er zoveel opwindende verhalen op hen liggen te wachten…

Wie kritiek geeft op het vaardighedenonderwijs wordt al snel weggezet als een dinosaurus, een conservatieveling die terug wil naar de spruitjeslucht van Gezelle en konsoorten. Ook dit is ideologie. Waarom zou literatuur ouderwets moeten zijn? Wat is er zo verwerpelijk aan een rijke woordenschat of een vlotte taalbeheersing? Literatuur is nog steeds de krachtigste manier om door vreemde ogen de realiteit waar te nemen. Een uitgebreide woordenschat is de sleutel tot een genuanceerde kijk op de wereld – wars van alle newspeak die onze actualiteit teistert. Ook literatuur is een vaardigheid.

De huidige leerplannen smaken naar water. Hun opstellers verbergen zich achter een loze neutraliteit, een schrik voor inhoud, die ik niet kan en wil begrijpen. De tijd is aangebroken om onze taal terug te eisen, om haar los te wrikken uit de klauwen der pedagogen en ze terug te geven aan diegenen die er echt om geven: de schrijvers en de dichters, de liefhebbers, de leerkrachten. Zij die zonder grafiekjes zijn.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Biebau schrijft

In afwachting van die derde roman.

Laten we aan een bad denken, klotsensvol tot aan de rand gevuld. Wolkjes schuim als witte zwanen zweven over het oppervlak, met water dat loom tegen de badrand rust. Beelden we ons de stop in, een zwarte schijf die de kuip gevuld houdt, het water het vloeien belet. We voelen de fijne ketting die stop met bad verbindt, ijzeren bolletjes voelen als een paternoster in onze handen. Een korte ruk en in het water ontstaat een warreling, eerst zonder patroon of richting, daarna vormt zich een spiraal, een sterrenstelsel met uitslaande armen, die het water met zich meevoert. Beelden we ons in hoe onze gedachten zich met het water mengen, als bladeren meegezogen in een stroming die steeds sterker wordt. Tot onze geest leeg en glanzend wordt, wit als het bad, doorzichtig als het water. Zo keren we terug naar het begin, naar het eerste verhaal.

Niemand weet wanneer het eerste verhaal werd verteld. Was het in een grot, op een tijgervel, aan tafel bij keizers en koningen of rond het allereerste vuur? Geen idee. Hij houdt van dit niet-weten, het definitieve karakter ervan. Ooit wou hij alles weten, ooit was hij dom. Nu weet hij beter. Verhalen gedijen het best in schaduwen, in onzekerheid. Meer nog, ze zijn de schaduw, de donkere materie die het universum samen houdt. Geef ze te veel zon en ze verschrompelen tot droge feiten. Zet ze in het licht en ze lijken verdacht veel op leugens.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Hemelvaart

hier moet niets gezegd
niets verklaard
laat onze handen de honneurs
ons vel inscripties dragen

laat ons staan
als lege huizen
met neergelaten luiken
gedoofde ramen
de pot nog op het vuur

hier is geen reden
te verzinnen
geen woord dat rijmt
op rauwe pijn

laat dus
voor een keer
allerliefste
onze stilte
alle woorden zijn

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Naar Oudenaarde

elke zondag na het gebraad
werd er op bezoek gegaan
naar waar oma moeder baarde
naar het verre Oudenaarde

in de schaduw van Jotie T’Hooft
werd daar nog heel streng geloofd
toch was men ook wel aardig
in dat vreemde Oudenaarde

de boeren dronken rauwe melk
verhalen werden naverteld
die mijn opa dan bewaarde
in een kast in Oudenaarde

 

nu nog vinden mijn zotte dagen
wortels in die oude aarde

en ooit

misschien

komt een zoon met zijn vader
terug naar zijn eigen Oudenaarde

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Bericht

Op zondag
jongstleden
is de wereld
onopgemerkt vergaan

Iedereen keek
naar zijn schermpje
En dus niemand
door het raam

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized