weg terug

laat ons hier
de schermen breken
laat ons daar
te pletter slaan

laten we hier
de wereld kneden
tot alles in
kinderhanden past

laten we morgen
doen vervagen
de uren spillen
in de lakens

laat ons tellen een
seconde
berekenen
hoeveel dat in eeuwen is

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

In a

Sneeuw. De goddelijke roos die op een gefluisterde Morgenstimmung naar beneden zeilt.

Het ene moment nog een wit mirakel, het andere moment al een obstakel. We zijn nu eenmaal wezens die van a naar b moeten, op lijnrechte vectoren. Er moet gewerkt, er moet gevloekt, er moet gegleden en het BNP moet weer gestut. Dat lijkt ons lot. Alleen – heel soms, heel even – wil ik gewoon verblijven. In een a van verwondering.

Zonder b.

(Of BNP.)

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

sprookje

ze was vele kamers
met plaats voor veel verhalen
ze was vele kelders
met wat ze niet vertelde

ze was het huis
dat er nog stond
de tuin
de haag errond

ze was het gras
waarop ze speelden
de vruchten
die ze deelden

ooit gaf ze hem
de sleutel
van het tuinhuis
achterin

maar hij vond
haar gift te mager
en trok zijn wijde
wereld in

en pas vele jaren later
met de traagheid van een man
besefte hij het wonder
dat achter sleutels zat

zo stond hij
aan haar deur
de klink gebroken
in zijn handen

ze had wijselijk
en vooruitziend
het hele slot
veranderd

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

winteruur

in dit uur
dat twee keer moet
neemt zij een hoopje
esdoornvleugels
strooit er
helikopters mee

ik kijk mee door
kinderogen
vergeet speciaal
voor haar
hoe elk van onze
zotte vluchten
vallen
in zich draagt

vergeet ook
even
dag en uur
waarop een ander
mijn as
als vleugels
openslaat

mij een laatste
keer doet zweven
op mijn laatste
winteruur

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Midden

Oké. Ik beken. Ik heb heimwee naar het midden. Het centrum. U weet wel, die mensen die niet zwart of wit dachten, maar hun meningen als verstrooide dandy’s lieten flaneren langs kleurrijke boulevards. Zij die zelden of nooit woorden als ‘fascisten’, ‘SJW’s’ of – horresco referens – ‘Gutmenschen’ in de mond namen. Zij die schoten op piano’s en niet op pianisten. Geen idee waar ze naartoe zijn. Vermoedelijk gevlucht naar een of ander godvergeten archipel in – u raadt het al – het midden van de Atlantische Oceaan. Ofwel zijn ze nog onder ons, levend in het verborgene. Ze koesteren hun Twitter-account met twintig volgers en nog minder likes. Daar posten ze dan video’s van schattige katjes en oude Friends-afleveringen. Mochten ze dit lezen: kom alsjeblieft terug. We hebben jullie nodig.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Van de partij

Ik heb er lang over getwijfeld. Dat doe ik elke keer, elke zes jaar. Zou ik? Of toch liever niet? Als in een catechismus, telkens opnieuw hetzelfde reeksje vragen. Deze keer was het niet anders. Opnieuw dat eeuwige debat met mezelf dat ik nooit win of verlies. Opnieuw hetzelfde resultaat. Ja, ik kom op voor de gemeenteraadsverkiezingen. De elfde plaats voor de lokale sp.a-groenlijst – verkiesbaar is anders.

Zo’n deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen lijkt lekker abstract. Je zet een paar handtekeningen, laat een foto nemen (met een grijns die hopelijk niet te psychopatisch overkomt), woont een vergadering bij en het is gefikst. Tot er plots een bord in je voortuin staat dat daar door enkele goede zielen is neergepoot. Slik. Straks zien de buren het nog, denk je dan, dat ze naast ‘ne groenen’ wonen (als ze dat al niet uit de algemene toestand van onze tuin hadden afgeleid).

Vlamingen zijn meestal heel discreet over hun politieke voorkeur. De meesten gaan het onderwerp uit de weg of hullen zich in glimlachend stilzwijgen. Daar is niets mis mee. Zo’n bord in de tuin maakt echter een abrupt einde aan die ‘don’t ask don’t tell‘.  Dat is best intimiderend. Je hebt – letterlijk – kleur bekend. Je bent partijdig. Nu, op zich heb ik het daar niet zo moeilijk mee. Het leven draait nu eenmaal om keuzes maken. Ik weiger aan de zijlijn (volgens een van mijn partijgenoten moet die dringend gef**kt) te staan, zeker niet in een wereld die zo enthousiast de verkeerde kant lijkt op te hollen.

Er is echter een complicatie. Ik ben een leerkracht. Op het eerste zicht vloekt dat met mijn politieke engagement. Moet wie voor de klas staat dan niet neutraal zijn? Onpartijdig? Hoe kan die anders zijn leerlingen de objectieve waarheid meegeven? Dit zijn terechte vragen die ik mezelf ook gesteld heb. Nu, echte objectiviteit in de klas is sowieso al een utopie – zeker voor niet-wetenschappelijke vakken. Iedere leerkracht brengt zijn eigen leven mee in de klas, of hij zich daar nu van bewust is of niet. Misschien beïnvloedt het zijn keuze van teksten, videofragmenten, de manier waarop hij met leerlingen omgaat… Alles wat hij/zij zegt is al langs een ideologische filter gepasseerd. Wie anders beweert, de leerkracht tot een politiek vacuüm reduceert, is blind voor zijn eigen menselijkheid en die van anderen.

Toch loop ik niet te koop met mijn politieke engagement. Als leerlingen er echter naar vragen zal ik er niet over liegen. Dan weten ze ook direct waar ik sta, dat ze wat ik zeg gerust met een korrel groen zout mogen en moeten nemen. Ik maak hen ook duidelijk dat ik hen nooit ofte nimmer op hun standpunten ga beoordelen (wel op hun argumentatie, maar dat is een ander verhaal). Daar ga ik vrij ver in. Zo organiseerde ik jaarlijks een politiek debat waarbij de leerlingen elk een andere partij moesten verdedigen. Nooit heeft de partij Groen het einddebat gewonnen. (Sorry, beste partijgenoten.) Misschien vormde dat ook een mooie les voor mijn leerlingen: dat mensen tot verschillende partijen kunnen behoren en toch openstaan voor elkaars argumenten.

Tenslotte zijn er mijn oud-leerlingen. Ook zij gaan soms in de politiek. Sommigen belanden op een N-VA-lijst, worden CD&V’er of komen – wie weet – zelfs op een Groen-lijst terecht. Het maakt niet uit. Ik ben sowieso trots op hen. Ze hebben immers kleur bekend. En dat verdient op zich al een hoop respect.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

10 lessen na een dodentocht

Tweeëntwintig uur hetzelfde doen. Stappen. Stoppen. Eten. Voeten controleren. WC. Drinken. En dan weer verder. Vroeger dacht ik, net als vele anderen, dat alleen freaks aan de Dodentocht meededen. Of bebaarde huisvaders die hun legertijd nog eens wilden herbeleven. Tot ik, twee jaar geleden, door een goede vriend gevraagd werd om hem de eerste en laatste kilometers mee te begeleiden. Hij stapte voor het goede doel. De keuze was snel gemaakt.

Ter plaatse bleek ons plan echter moeilijk te realiseren: zo was het bijzonder moeilijk om een slaapplek te vinden, of om zonder auto op tijd aan de 80-kilometer-halte te geraken. Ik besloot dan maar, in een vlaag van zinsverbijstering, de volle 100 kilometer uit te stappen. Tegen alle verwachtingen in (of net omdat er geen verwachtingen waren), lukte het me vrij goed. Ook al deed het pijn. ‘Dit nooit meer,’ dacht ik toen we de finish over stapten. Om de volgende dag alweer plannen te maken voor het jaar nadien.

Gisteren heb ik mijn tweede Dodentocht gewandeld. Vooral de uren tussen avond en nacht vielen zwaar. Het had zwaar geregend, de spullen waren nat. Doffe ellende. Maar ook voldoende tijd om de volgende levenslessen te bedenken. Ik geef ze met het nodige voorbehoud – niet iedereen zal ermee akkoord gaan. Het zijn tenslotte mijn levenslessen.

  1. Iedereen heeft pijn. Denk niet dat je de enige bent die afziet. De jonge gasten die vrolijk fluitend voorbij stappen, de kranige bejaarde met stok… Ook al laat niet iedereen het zien, of wordt het bedekt met een laag bravoure: bij iedereen komt er een punt waarop het afzien begint. Niet de pijn maakt je uniek, wel de manier waarop je ermee omgaat.
  2. Let op voor kleine irritaties. Sommige dingen lijken banaal: een minuscule kruimel in een van je schoenen, een schurende schouderstrap etc. als je er niets aan doet, resulteren ze al snel in blaren, schaafwonden of erger. Doe iets aan kleine ergernissen voor ze onoverkomelijk worden.
  3. Weet waarom je iets doet. Pure Nietzsche. Zij die weten waarom ze iets doen, hebben net dat tikkeltje meer kans om te slagen. Zelf had ik gekozen om voor een goed doel te stappen. Niet omdat me dat een beter mens maakt, wel als een soort stok achter de deur: je wil anderen niet teleurstellen.
  4. Je hoeft niet de beste te zijn. Dit is een moeilijke voor mij: ik ben normaal hypercompetitief. De organisatoren van de Dodentocht publiceren geen ranking en dat is goed. Wie alleen tevreden is als hij wint, zal zelden tevreden zijn.
  5. Je hebt niet veel nodig. Er komt een bepaald punt – zo rond kilometer 50 – dat je zielsgelukkig bent met zoiets simpels als een stoel om even op te rusten, of een toilet zonder stront op de bril. Of een appel. Je neemt je voor om in het vervolg meer tevreden te zijn met kleine dingen. Na twee dagen ben je dat al vergeten, maar, hé, het is het idee dat telt.
  6. Afleiding helpt. Als alles pijn doet, je zeiknat bent en je darmen raar doen, dan is elke afleiding welkom. Een sms’je, wat muziek, een grap… Het doet je – al is het maar enkele stappen – vergeten dat het verdomme zeer doet. Zo ook in het dagelijkse leven.
  7. Wees niet altijd afgeleid. Sommige wandelaars stappen met oortjes of met ghettoblaster, of met hun neus op hun smartphone geplakt. Je vraagt je af waarom ze de moeite hebben genomen naar Bornem af te zakken.
  8. Je bent geen held als je de Dodentocht stapt. Je bent hooguit een doorzetter. Echte helden kiezen niet vrijwillig om af te zien. Een echte held heeft die luxe namelijk niet: die komt ongewild in een situatie terecht en maakt er het beste van. De meeste heldendaden gebeuren ongezien, zonder supporters, in de dagelijkse worsteling.
  9. Wees hoffelijk. Het is niet omdat jij afziet dat de rest kan ontploffen. Een dodentocht geeft je niet het recht om die plastic fles zomaar langs de kant van de weg te gooien of om in een maisveld je gevoeg te doen (je zal maar een boer zijn met een veld langs het parcours). In mijn ogen ben je dan geen echte dodentochter.
  10. Laat iedereen zijn eigen stijl. Je hebt mensen die hobbelen, je hebt er die sloffen, je hebt er die marcheren als een Pruis. Er is niet zoiets als de juiste wandelstijl. Je hebt alleen manieren die werken of niet. Ik ben een sloffer, trouwens.
  11. Hou je niet aan lijstjes. F*ck de bucketlist. Doe geen dingen omdat ze op een lijstje staan, omdat je ze ‘wel eens wil gedaan hebben’. Zoek een betere reden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized