sprookje

ze was vele kamers
met plaats voor veel verhalen
ze was vele kelders
met wat ze niet vertelde

ze was het huis
dat er nog stond
de tuin
de haag errond

ze was het gras
waarop ze speelden
de vruchten
die ze deelden

ooit gaf ze hem
de sleutel
van het tuinhuis
achterin

maar hij vond
haar gift te mager
en trok zijn wijde
wereld in

en pas vele jaren later
met de traagheid van een man
besefte hij het wonder
dat achter sleutels zat

zo stond hij
aan haar deur
de klink gebroken
in zijn handen

ze had wijselijk
en vooruitziend
het hele slot
veranderd

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

winteruur

in dit uur
dat twee keer moet
neemt zij een hoopje
esdoornvleugels
strooit er
helikopters mee

ik kijk mee door
kinderogen
vergeet speciaal
voor haar
hoe elk van onze
zotte vluchten
vallen
in zich draagt

vergeet ook
even
dag en uur
waarop een ander
mijn as
als vleugels
openslaat

mij een laatste
keer doet zweven
op mijn laatste
winteruur

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Midden

Oké. Ik beken. Ik heb heimwee naar het midden. Het centrum. U weet wel, die mensen die niet zwart of wit dachten, maar hun meningen als verstrooide dandy’s lieten flaneren langs kleurrijke boulevards. Zij die zelden of nooit woorden als ‘fascisten’, ‘SJW’s’ of – horresco referens – ‘Gutmenschen’ in de mond namen. Zij die schoten op piano’s en niet op pianisten. Geen idee waar ze naartoe zijn. Vermoedelijk gevlucht naar een of ander godvergeten archipel in – u raadt het al – het midden van de Atlantische Oceaan. Ofwel zijn ze nog onder ons, levend in het verborgene. Ze koesteren hun Twitter-account met twintig volgers en nog minder likes. Daar posten ze dan video’s van schattige katjes en oude Friends-afleveringen. Mochten ze dit lezen: kom alsjeblieft terug. We hebben jullie nodig.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Van de partij

Ik heb er lang over getwijfeld. Dat doe ik elke keer, elke zes jaar. Zou ik? Of toch liever niet? Als in een catechismus, telkens opnieuw hetzelfde reeksje vragen. Deze keer was het niet anders. Opnieuw dat eeuwige debat met mezelf dat ik nooit win of verlies. Opnieuw hetzelfde resultaat. Ja, ik kom op voor de gemeenteraadsverkiezingen. De elfde plaats voor de lokale sp.a-groenlijst – verkiesbaar is anders.

Zo’n deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen lijkt lekker abstract. Je zet een paar handtekeningen, laat een foto nemen (met een grijns die hopelijk niet te psychopatisch overkomt), woont een vergadering bij en het is gefikst. Tot er plots een bord in je voortuin staat dat daar door enkele goede zielen is neergepoot. Slik. Straks zien de buren het nog, denk je dan, dat ze naast ‘ne groenen’ wonen (als ze dat al niet uit de algemene toestand van onze tuin hadden afgeleid).

Vlamingen zijn meestal heel discreet over hun politieke voorkeur. De meesten gaan het onderwerp uit de weg of hullen zich in glimlachend stilzwijgen. Daar is niets mis mee. Zo’n bord in de tuin maakt echter een abrupt einde aan die ‘don’t ask don’t tell‘.  Dat is best intimiderend. Je hebt – letterlijk – kleur bekend. Je bent partijdig. Nu, op zich heb ik het daar niet zo moeilijk mee. Het leven draait nu eenmaal om keuzes maken. Ik weiger aan de zijlijn (volgens een van mijn partijgenoten moet die dringend gef**kt) te staan, zeker niet in een wereld die zo enthousiast de verkeerde kant lijkt op te hollen.

Er is echter een complicatie. Ik ben een leerkracht. Op het eerste zicht vloekt dat met mijn politieke engagement. Moet wie voor de klas staat dan niet neutraal zijn? Onpartijdig? Hoe kan die anders zijn leerlingen de objectieve waarheid meegeven? Dit zijn terechte vragen die ik mezelf ook gesteld heb. Nu, echte objectiviteit in de klas is sowieso al een utopie – zeker voor niet-wetenschappelijke vakken. Iedere leerkracht brengt zijn eigen leven mee in de klas, of hij zich daar nu van bewust is of niet. Misschien beïnvloedt het zijn keuze van teksten, videofragmenten, de manier waarop hij met leerlingen omgaat… Alles wat hij/zij zegt is al langs een ideologische filter gepasseerd. Wie anders beweert, de leerkracht tot een politiek vacuüm reduceert, is blind voor zijn eigen menselijkheid en die van anderen.

Toch loop ik niet te koop met mijn politieke engagement. Als leerlingen er echter naar vragen zal ik er niet over liegen. Dan weten ze ook direct waar ik sta, dat ze wat ik zeg gerust met een korrel groen zout mogen en moeten nemen. Ik maak hen ook duidelijk dat ik hen nooit ofte nimmer op hun standpunten ga beoordelen (wel op hun argumentatie, maar dat is een ander verhaal). Daar ga ik vrij ver in. Zo organiseerde ik jaarlijks een politiek debat waarbij de leerlingen elk een andere partij moesten verdedigen. Nooit heeft de partij Groen het einddebat gewonnen. (Sorry, beste partijgenoten.) Misschien vormde dat ook een mooie les voor mijn leerlingen: dat mensen tot verschillende partijen kunnen behoren en toch openstaan voor elkaars argumenten.

Tenslotte zijn er mijn oud-leerlingen. Ook zij gaan soms in de politiek. Sommigen belanden op een N-VA-lijst, worden CD&V’er of komen – wie weet – zelfs op een Groen-lijst terecht. Het maakt niet uit. Ik ben sowieso trots op hen. Ze hebben immers kleur bekend. En dat verdient op zich al een hoop respect.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

10 lessen na een dodentocht

Tweeëntwintig uur hetzelfde doen. Stappen. Stoppen. Eten. Voeten controleren. WC. Drinken. En dan weer verder. Vroeger dacht ik, net als vele anderen, dat alleen freaks aan de Dodentocht meededen. Of bebaarde huisvaders die hun legertijd nog eens wilden herbeleven. Tot ik, twee jaar geleden, door een goede vriend gevraagd werd om hem de eerste en laatste kilometers mee te begeleiden. Hij stapte voor het goede doel. De keuze was snel gemaakt.

Ter plaatse bleek ons plan echter moeilijk te realiseren: zo was het bijzonder moeilijk om een slaapplek te vinden, of om zonder auto op tijd aan de 80-kilometer-halte te geraken. Ik besloot dan maar, in een vlaag van zinsverbijstering, de volle 100 kilometer uit te stappen. Tegen alle verwachtingen in (of net omdat er geen verwachtingen waren), lukte het me vrij goed. Ook al deed het pijn. ‘Dit nooit meer,’ dacht ik toen we de finish over stapten. Om de volgende dag alweer plannen te maken voor het jaar nadien.

Gisteren heb ik mijn tweede Dodentocht gewandeld. Vooral de uren tussen avond en nacht vielen zwaar. Het had zwaar geregend, de spullen waren nat. Doffe ellende. Maar ook voldoende tijd om de volgende levenslessen te bedenken. Ik geef ze met het nodige voorbehoud – niet iedereen zal ermee akkoord gaan. Het zijn tenslotte mijn levenslessen.

  1. Iedereen heeft pijn. Denk niet dat je de enige bent die afziet. De jonge gasten die vrolijk fluitend voorbij stappen, de kranige bejaarde met stok… Ook al laat niet iedereen het zien, of wordt het bedekt met een laag bravoure: bij iedereen komt er een punt waarop het afzien begint. Niet de pijn maakt je uniek, wel de manier waarop je ermee omgaat.
  2. Let op voor kleine irritaties. Sommige dingen lijken banaal: een minuscule kruimel in een van je schoenen, een schurende schouderstrap etc. als je er niets aan doet, resulteren ze al snel in blaren, schaafwonden of erger. Doe iets aan kleine ergernissen voor ze onoverkomelijk worden.
  3. Weet waarom je iets doet. Pure Nietzsche. Zij die weten waarom ze iets doen, hebben net dat tikkeltje meer kans om te slagen. Zelf had ik gekozen om voor een goed doel te stappen. Niet omdat me dat een beter mens maakt, wel als een soort stok achter de deur: je wil anderen niet teleurstellen.
  4. Je hoeft niet de beste te zijn. Dit is een moeilijke voor mij: ik ben normaal hypercompetitief. De organisatoren van de Dodentocht publiceren geen ranking en dat is goed. Wie alleen tevreden is als hij wint, zal zelden tevreden zijn.
  5. Je hebt niet veel nodig. Er komt een bepaald punt – zo rond kilometer 50 – dat je zielsgelukkig bent met zoiets simpels als een stoel om even op te rusten, of een toilet zonder stront op de bril. Of een appel. Je neemt je voor om in het vervolg meer tevreden te zijn met kleine dingen. Na twee dagen ben je dat al vergeten, maar, hé, het is het idee dat telt.
  6. Afleiding helpt. Als alles pijn doet, je zeiknat bent en je darmen raar doen, dan is elke afleiding welkom. Een sms’je, wat muziek, een grap… Het doet je – al is het maar enkele stappen – vergeten dat het verdomme zeer doet. Zo ook in het dagelijkse leven.
  7. Wees niet altijd afgeleid. Sommige wandelaars stappen met oortjes of met ghettoblaster, of met hun neus op hun smartphone geplakt. Je vraagt je af waarom ze de moeite hebben genomen naar Bornem af te zakken.
  8. Je bent geen held als je de Dodentocht stapt. Je bent hooguit een doorzetter. Echte helden kiezen niet vrijwillig om af te zien. Een echte held heeft die luxe namelijk niet: die komt ongewild in een situatie terecht en maakt er het beste van. De meeste heldendaden gebeuren ongezien, zonder supporters, in de dagelijkse worsteling.
  9. Wees hoffelijk. Het is niet omdat jij afziet dat de rest kan ontploffen. Een dodentocht geeft je niet het recht om die plastic fles zomaar langs de kant van de weg te gooien of om in een maisveld je gevoeg te doen (je zal maar een boer zijn met een veld langs het parcours). In mijn ogen ben je dan geen echte dodentochter.
  10. Laat iedereen zijn eigen stijl. Je hebt mensen die hobbelen, je hebt er die sloffen, je hebt er die marcheren als een Pruis. Er is niet zoiets als de juiste wandelstijl. Je hebt alleen manieren die werken of niet. Ik ben een sloffer, trouwens.
  11. Hou je niet aan lijstjes. F*ck de bucketlist. Doe geen dingen omdat ze op een lijstje staan, omdat je ze ‘wel eens wil gedaan hebben’. Zoek een betere reden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Maan

Sommige mensen zijn als de zon. Ze stralen, kwistig met warmte. Ze zijn wat ze laten zien. Niet meer. Niet minder. Ze dulden geen schaduwen, ook niet in zichzelf.  Zij voorzien de dagen van voorwaarts verlangen.

Maar zij. Zij is als de maan. Ze heeft haar fases. Soms staat ze in brand, soms is ze een schaduw, valt ze samen met de duisternis vanbinnen.

Ze had zo graag een zon willen zijn. Wie wil nu niet volledig gekend zijn, begrepen en geliefd tot in zijn diepste barst?

Nu weet ze beter. Alleen watervlooien zijn doorzichtig.

Het is er bovendien koel, op haar schaduwzijde. Als onder een boom, verborgen voor de zon.

(fragment)

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Belgium

Beste mensen van Interbrew/Inbev/Anheuser-Busch Inbev,
Stella,

foto van Dominique Biebau.

Ik merk dat u de naam van mijn land uitgekozen heeft om de blikjes van het merk ‘Jupiler’ te sieren. Proficiat. Hier is waarschijnlijk een denkproces aan voorafgegaan. Ik vind het alvast een hele eer. U had evengoed Nederland kunnen nemen. Of, God forbid, Luxemburg, iets wat niet helemaal onlogisch zou zijn, aangezien u daar een postbus heeft staan.

Samen met de andere +/- 10 miljoen Belgen werk ik me dagelijks de naad uit het lijf om ons land op de wereldkaart te zetten. Zo help ik mee om onze nationale clichés in stand te houden. Dat doe ik door op gezette tijden frieten te eten, te zagen over het weer en mijn belastingen steevast op het allerlaatste moment binnen te brengen, zoals het een goede Belg betaamt. Om nog maar over mijn grootvader te zwijgen die in mei ’40 aan het Albertkanaal lag om den Duits tegen te houden. U ziet, wij schrikken voor niets terug als het over onze nationale trots gaat.

Ik probeer mijn land ook proper te houden, want geef toe: mocht ‘Belgium’ een verloederd stuk stort zijn aan de Noordzee, dan zou uw ‘Belgium’-campagne ook niet echt de uitstraling hebben die u zocht. Al enkele jaren neem ik een plastic zakje mee als ik ga lopen en vul dat dan met de dingen die mensen zoal weggooien. Nu heet dat ‘ploggen’, ik noem het gewoon ‘lopen met een zakje’. En hier zou ik u, Stella, toch even wat willen meedelen. Ik kom de laatste tijd nogal veel ‘Belgium’ tegen in de goten, bermen en grasperkjes van de gemeente waar ik woon. Ik begrijp de bedoeling wel: zo weten mensen nu eenmaal in welk land ze zijn, maar proper kan je dat toch niet noemen.

Als aandeelhouder van het merk ‘Belgium’ zou ik u daarom een voorstel willen doen. Aangezien ons land u toch zo na aan het hart ligt, wil u ongetwijfeld meehelpen om datzelfde stukje Europa proper te houden.  ‘Hoe kan ik zo’n nobel doel ondersteunen?’ hoor ik u al denken. Dat is simpel: door mee statiegeld op blikjes en flesjes te ondersteunen. U kan natuurlijk ook altijd uw belastingen betalen -(ik weet nu waar u de naam ‘Jupiler 0,0% gehaald heeft – dat is ongeveer het percentage belastingen dat u betaalt) en dan heeft de overheid extra middelen om al die Belgiums uit Belgium te halen. Zie het als een dividend dat u alle Belgen verschuldigd bent voor het gebruiken van hun merknaam. Of u kan natuurlijk ook gewoon toegeven dat die hele Belgium-campagne nep is en dat het u enkel om de winst te doen is.

U ziet maar welk scenario u het best lijkt.

Met stevige groet,

Een bezorgde aandeelhouder

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized