Home Zonnetij

eerst pakken ze je waardigheid
dan je privacy
dan komen de verkleinwoordjes
pas dan de melancholie

dan komen ze voor wie je was
en voor je vrije wil
ze steken je in een kamer
in een soort van duiventil

tenslotte stelen ze je gezicht
dat zetten ze dan in de krant
tussen de nieuwste van Niels De Stadsbader
tussen sport en buitenland

“geen bloemen of geen kransen
een gift kan dan weer wel”
en daaronder dan
een kutgedicht
iets van gedichtjes.nl

want als je sterft
voelt amper iemand
nog een spat verdriet
je bent immers allang
geen mens meer

je bent een statistiek

Opmerking: Dit gedicht is een aanklacht tegen het nutsdenken t.o.v. onze bejaarde medemens dat zich in onze maatschappij heeft geïnstalleerd. Het is GEEN aanklacht tov de bejaardentehuizen waar mensen op dit ogenblik superwerk leveren met vaak te weinig middelen. (Gelieve dit te onthouden als ik over een jaar of veertig mijn derde zetpil van de dag moet krijgen…)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Ongezien

sinds god is afgeschaft
de lucht in leegte woont
is er niemand meer
in wiens aanschijn
wij kunnen lijden

dus rollen we de zieken buiten
heffen onze armen hoog
we wanen ons gezien
en bidden
met gebroken stem

tot een nieuwe
dagelijkse engel
tot de drone van VTM

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Corona

Gebaseerd op het gedicht van Martin Niemöller

Eerst kwam het voor de Chinezen
en ik deed niets
want ik was geen Chinees

Toen kwam het voor de Italianen
en ik deed niets
want ik was geen Italiaan

Toen kwam het voor de bejaarden
en ik deed niets
want ik was geen bejaarde

Toen kwam het voor de diabetici
en ik deed niets
want ik was gezond

Toen kwam het voor de dokters
en ik deed niets
want ik was geen dokter

toen kwam het voor ons
en er was niemand meer over
die iets kon doen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Verhalen tegen de verveling

Ik ga dit niet groter maken dan het is. Dit is mijn heel beperkte bijdrage aan het leven in deze coronatijden.

Veel bibliotheken hebben de deuren gesloten, de uren tussen vier muren kruipen langzaam voorbij. Ik weet dat verhalen deugd kunnen doen. Vandaar dit kleine steentje dat ik wil bijdragen: een verhalenbundel die ik ooit in eigen beheer uitgaf. Sommige verhalen zijn grappig, andere serieus. Hopelijk helpen ze om de zorgen even te vergeten.

Hier is de link: http://ge.tt/4lwnzt13

P.S. De verhalen dateren uit een tijd dat ik iets meer haar en een lager BMI had. Wees dus mild.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Hoop

Een kortverhaal voor het nieuwe jaar…

Het was Kerstmis 2045 en eindelijk was er hoop.

De familie Dreyse zat aan het kerstdiner. Vader, moeder. Drie kinderen. En opa. Het eten was sober, maar ze kloegen niet.

Moeder was erin geslaagd om via haar werk op het ministerie van Matiging twee extra rantsoenen vleespasta te bemachtigen. Vader en Melissa hadden het goedje zo goed en zo kwaad mogelijk in de vorm van een echte kalkoen geboetseerd. Ze hadden een foto op Wikipedia gebruikt om na te gaan hoe zo’n beest er in werkelijkheid ook al weer had uitgezien.

Al bij al was hun versie geslaagd te noemen. Dat beweerde opa althans, hoewel dat niet zo’n betrouwbare bron was – niet sinds ze hun oude huis aan de dijk hadden moeten verlaten. Sindsdien was hij een stuk vergeetachtiger geworden, alsof hij niet alleen zijn moestuin had achtergelaten, maar ook een deel van zijn geheugen.

“Voor het algemeen goed,” had de deurwaarder gezegd toen hij opa op straat zette en hem werd gevraagd waarom dat zo nodig moest. Op de plek waar opa vroeger soepgroenten kweekte, lag nu een nieuw bufferbekken. Opa had het daar bijzonder moeilijk mee. Hij had nog meegebouwd aan de Millennium-kering. Land teruggeven aan de zee, voelde voor hem als het ultieme verraad. “De villa’s aan de oostkust mochten wel blijven,” sakkerde hij soms. Moeder zei dan altijd dat ze niet te veel aandacht aan hem moesten besteden. “Opa is cynisch,” zei ze dan. Opa had de grote heidebrand van 2034 nog meegemaakt. Zoiets doet wat met een mens.

Vader was biochar-handler in een van de tientallen overheidsinstallaties. Hout verzagen, tot houtskool branden en dat dan begraven – een van de vele strategieën om CO2 in de bodem vast te leggen. Het was hard en smerig werk, maar je had wel werkzekerheid. “Aan dit tempo kunnen we nog 1000 jaar biocharren voor we aan aanvaardbare CO2-niveaus zitten,” zei vader regelmatig – die dat uiteraard niet erg vond.

Op TV waren elke dag mensen te zien die het erger getroffen hadden. Zoals onlangs op het nieuws; een jong gezin dat zich niet had laten evacueren, wiens huis gewoon weggespoeld was. Yvan – twaalf en al groter dan zijn vader – herinnerde zich nog de commentaarstem. “De politie roept iedereen op de instructies van de hulpdiensten nauwgezet op te volgen.”

Ook nu stond de TV aan. Nu en dan keek Yvan naar het scherm, dat op het eerste zicht slechts een zwart vlak toonde.

Wie beter keek, kon hier en daar witte stipjes onderscheiden. Sterren met daartussen, flikkerend als een van hen, de zeven HOPE-sondes. Over de hele wereld keken miljarden naar dit zelfde beeld. Van de dorstige Sahel, tot de brandende bush in Australie, van de smeltende gletsjers in Groenland tot de wegspoelende eilandstaten in de Pacific, overal zaten mensen -net zoals zij – aan hun beeldscherm gekluisterd. Zelfs de kolonisten van de eerste Mars-basis luisterden mee. Zo’n gevoel van verbondenheid had de mensheid niet meer gekend sinds de maanlanding.

Er stond veel op het spel. “Straks, als de capsules tussen zon en Aarde komen te staan, op het exacte punt waar de zwaartekrachtsvelden van beide hemellichamen elkaar neutraliseren, zullen ze hun motoren uitschakelen,” vervolgde de commentaarstem zijn monoloog.

“Dan zullen de capsules zich openen en zullen de miljoenen nanorobots die nu nog in het ruim opgestapeld liggen, naar buiten zwermen en hun posities innemen. Samen zullen ze een warmteschild vormen met de dikte van een gemiddeld mensenhaar. Voldoende om 2 tot 3 procent van het zonlicht tegen te houden.” Het was al decennia geleden dat er een programma zonder reclameblokken uitgezonden werd.

Even schakelde het beeld over naar een maquette van de sondes. “Waarom zijn ze zo groot?” vroeg Samuel, zes jaar en gefascineerd door alles wat knalde en blonk.

“Daar zitten die miljoenen nanodinges in,” antwoordde Yvan, zonder oogcontact met het scherm te verbreken. “Straks worden die dingen losgelaten en maken ze de Aarde een halve graad koeler. Je hebt de voorstelling vorige week toch ook gezien?”

Dat had hij. Samuel herinnerde zich de toespraak van Lucinda Znamya, de eerste vrouwelijke secretaris-generaal van de VN, tijdens een speciale noodzitting van de Algemene Vergadering in New York waarop – naast toppolitici – uitzonderlijk ook tientallen industriëlen, celebrities en andere influencers uitgenodigd waren.

Haar toespraak was even degelijk en grijs geweest als de eeuwige broekpakken die ze droeg. Ze had de grote technologiebedrijven bedankt die het HOPE-project royaal gesponsord hadden, net als de gewone burgers die, via hun belastingsgeld, het project mee mogelijk hadden gemaakt.

Tenslotte had ze een kindertekening bovengehaald, iets met eenhoorns en regenbogen. De camera had gretig op het kunstwerkje ingezoomd. “Dit kreeg ik vorige week toegestuurd van de zevenjarige Dolores uit Venezuela. Ze schrijft het volgende: We hebben veel problemen hier, onze laatste geiten zijn tijdens de voorbije droogte gestorven, maar we geloven in jullie en jullie project. Er zal altijd een ding groter zijn, en sterker, dan alle problemen en uitdagingen in de wereld. En dat is hoop.” Lucinda’s publiek beloonde haar met een staande ovatie.

“Haar beste optreden ooit,” verklaarden politieke analisten achteraf. “De IJskoningin laat voor het eerst haar menselijke kant zien,” kopte de krant. Ook bij de familie Dreyse was er geapplaudisseerd.

Natuurlijk waren er kritische stemmen. “Die zijn er altijd,” had vader zijn kinderen op het hart gedrukt. “Mensen vinden altijd wel iets om over te zeiken.”

De kritiek was de voorbije weken nochtans sterk aangezwollen, zeker na het Weymann-incident. Grete Weymann was een wetenschapsjournaliste voor Der Spiegel die al enkele kritische artikels over het Hope-project op haar naam had staan. Uiteindelijk was ze de testsite in de Mojave-woestijn binnengedrongen. De bewakingsagenten, die dachten dat er een terroristische aanval aan de gang was, hadden haar koudweg doodgeschoten.

Er was een onderzoek opgestart, maar de eerste bevindingen leken op een jammerlijke vergissing te wijzen. Er waren in de weken voor het incident ernstige bedreigingen geuit aan het adres van de projectleiding – enkele religieuze leiders hadden een banvloek over de hele onderneming uitgesproken en dat had de security zenuwachtig gemaakt. ‘Een spijtig incident’, zo ging het voorval de geschiedenisboeken in, hoewel niet iedereen overtuigd was. “Ach. Sommige mensen worden gewoon ambetant geboren,” zei vader. Niemand sprak hem tegen. Het hele incident had enkele dagen de frontpagina’s van de nationale kranten gedomineerd, tot een reeks spectaculaire kunstroven het verhaal naar de binnenpagina’s verdreven had. Toen ook de Mona Lisa uit het Louvre werd gestolen, was er voor ander nieuws al helemaal geen plek meer geweest.

***

De sondes zaten op schema. De familie Dreyse zat halfweg het dessert – meelballen met echte suiker – toen de middelste sonde zijn eindpositie bereikte. Een autonome camerasonde legde het historische moment vast. De hele wereld hield zijn adem in. Zou het luik zich openen, zouden de miljoenen bots hun posities innemen? Zou het hoegenaamd wat uitmaken?

Rondom het moederschip hadden de andere sondes zich in een perfecte zeshoek gemanoeuvreerd.

“Waarom duurt het zo lang?” De vraag klonk ongetwijfeld uit miljoenen kelen, kroop als gefluister over de globe. Samuel fronste zijn wenkbrauwen. “Zijn dat ramen?” vroeg hij en legde een plakkerige vinger op het middelste ruimtetuig. “Nou en?” Yvan duwde zijn broer ruw opzij. No way dat hij als enige van zijn klas dit historische moment zou missen. Samuel gaf echter niet op.

“Het is toch een onbemande missie? Dan heb je toch geen ramen nodig?”

Daar kon niemand een antwoord op verzinnen. De hele familie staarde verward naar het scherm.

“Ze zouden toch niet…”

Op een van de sondes ging een luik open. Een vijftigtal drones kwam als een zwerm spreeuwen tevoorschijn. “Dat zijn geen nanobots,” fluisterde vader, zichtbaar teleurgesteld.

De drones ordenden zich in een geometrisch patroon. Het duurde even voor in de vormen letters zichtbaar werden.

S-O-R-R-Y.

Het woord hing roerloos tussen de sterren in, als een wreed, nieuw teken van de Dierenriem.

“Wat bedoelen ze daarmee?” vroeg Samuel. Zijn meelbal lag onaangeroerd op zijn bord. Niemand die nog aan eten dacht.

Toen zetten de ruimtesondes zich in beweging. De een na de ander schoot de ruimte in, tot alleen het woord “SORRY” nog overbleef. Toen werd de uitzending onderbroken voor een Disney-film.

Pas de volgende dagen werd duidelijk wat er precies gebeurd was. Eerst kwam er nieuws uit New York. Tientallen politici, magnaten en andere notabelen waren uit hun hotelkamers verdwenen. Enkele taxichauffeurs verklaarden achteraf onder ede hoe ze Lucinda Znamiya in hoogsteigen persoon, samen met enkele oliesjeiks en andere notabelen, in het holst van de nacht naar de lanceerbasis hadden gebracht. Ze hadden opvallend veel bagage bij zich gehad. Op die manier waren tientallen hoogwaardigheidsbekleders verdwenen.

Daarna kwam er nieuws uit de Marskolonie. De ‘vermiste’ schepen waren daar aangekomen. De inzittenden hadden de gouverneur gedwongen om de kolonie over te dragen. Die had daar – na wat door sommige waarnemers achteraf een zeer halfslachtig protest werd genoemd – in toegestemd. Lucinda Znamiya was nog dezelfde dag als nieuwe gouverneur aangesteld. Haar eerste beleidsdaad bestond in de opening van een nieuw museum van de Mensheid op Mars, met de Mona Lisa als een van de topstukken.

Er is inderdaad een ding altijd groter dan alle problemen en uitdagingen in de wereld. En nee, hoop is het niet.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized